Haar pad
Soms wou ik dat ik terug kon springen in de tijd. Dan had ik mijn dochter niet naar
school gestuurd toen ze vier was. Of op z’n minst had ik haar niet gedwongen om
iedere dag weer te gaan, dwars door haar tranen heen. Dwars door de woede, het
krijsen, de frustratie, mijn onbegrip, de blikken op het schoolplein. Dan had ik daar
niet zogenaamd dapper in door geduwd. Dan zou ik na de eerste week zeggen: hé,
ik zie een heel ander meisje. Ik zie een meisje dat eerst lekker in het leven stond, vol
zelfvertrouwen, enthousiast om naar school te gaan, om véél te mogen leren, nu
plots boos, brutaal en ongelukkig. ’Ik ga daar niet meer naartoe, mama. Ik leer daar
helemaal niks!’
Dat meisje gleed verder af. Van nukkig en nors via knorrig en boos werd het
woedend en depressief. Een vierjarig meisje dat ‘het niet leuk vindt om kind te zijn’,
een vijfjarig meisje dat ‘het leven maar stom vindt’, een zesjarig meisje dat meldt dat
als ik haar nog een paar weken langer naar school stuur, ze dan gillend gek wordt.
Pas toen greep ik in. Alle mensen die vonden dat ze ‘er maar aan moest wennen’,
alle buren die zeiden ‘dat ze toch met het systeem moest leren omgaan’ negerend,
volgde ik – eindelijk – mijn moederhart. En ging op zoek naar háár pad.
Ik moet daar nu weer aan denken, nu het vakantie is, en ze zonder gedwongen
lesrooster zo ontzettend opbloeit. Zoals je bij een baby weet dat hij moe is als hij in
zijn oogjes begint te wrijven, zo weet ik bij mijn achtjarige dochter dat ze gelukkig is
als ze zingt. Ze zit lekker in haar bijna-lente-velletje en lacht. Lacht!
Via een schoolwissel en toen een aangepast lesrooster, op zoek naar andere plekken om te leren. Leren doe je tenslotte niet alleen in een klaslokaal, leren doe je overal! De
eerste vier jaren voor ze naar school ging, leerde ze zichzelf de hele dag door. Die
groeicurve vlakte prompt af toen ze lesjes moest maken. En dagelijks voor het naar
bed gaan protesteerde ze met een groot klembord op haar blote buik, stampend op
het grote bed: “Ik protesteer! Ik heb leerhonger!” Ik luister naar haar – nu wel.
Onlangs zag ik een item over kinderen van deze nieuwe tijd waarvan er steeds meer
uitvallen in het onderwijs. Er zijn inmiddels meer dan 70.000 thuiszitters. Er was een
jongetje bij dat gretig kwantummechanica bestudeerde, maar pas op zijn tiende leren
schrijven. Een meisje van 8 dat alle basisschoolstof al had doorlopen maar waarvan
de juf zei dat ze zo weinig met andere kinderen samenspeelde. Terwijl het meisje
daar zelf helemaal niet zo’n behoefte aan had. Ik voel me verbonden met alle vaders
en moeders die zich hard maken voor hun wijze kinderen die iets anders nodig
hebben.
Mijn dochter springt de tafel van zes op Spaanse trappen, vlecht de tafel van negen
in de manen van een pony. Ze vraagt of ze Engels mag leren op Duo Lingo; aan een
tafeltje op school wil ze met haar wiebelbenen geen som maken. Maar eenmaal de
vakantietas inpakkend laat ze haar oefenschrijfschriften in de rugzak glijden. Zij weet
wat ze nodig heeft. Ze weet wat ze wil leren. Ze was alleen het vertrouwen
kwijtgeraakt. Verstopt onder dikke lagen schoolplein, socialisatie, afstomping en
aanpassing.
Ze danst weer, verzint weer en zingt weer. Ze leert op háár manier. Een zoektocht
blijft het. Maar ik zeg u één ding: als uw kind of kleinkind iedere dag krijsend het
schoolplein op loopt. Luister daar dan naar. Waarschijnlijk wil het u wat zeggen.
